Hallo, muzikant!
Hoi! Vandaag ga je de blokfluit leren kennen.
Een blokfluit is een klein blaasinstrument. Je blaast lucht in één uiteinde en je bedekt kleine gaatjes met je vingers. Verschillende vingers op verschillende gaatjes maken verschillende noten.
Hij is licht, vriendelijk en het instrument waarmee VEEL muzikanten beginnen. Tegen het einde van deze les speel je je eerste drie noten en je eerste liedje.
Hoe je hem vasthoudt
Linkerhand boven, rechterhand onder
Je linkerhand gaat boven, dichter bij je mond. Je linkerduim gaat om de achterkant en bedekt het ene gat aan de achterkant van de blokfluit. Je linkerwijsvinger, middelvinger en ringvinger bedekken de bovenste drie gaten aan de voorkant.
Je rechterhand gaat onder, dicht bij de onderkant. We gaan hem straks meer gebruiken. Laat hem nu gewoon rusten zodat de blokfluit niet wiebelt.
Zit of sta recht, als een boom. Houd de blokfluit zo vast dat hij naar beneden en een beetje naar buiten wijst, niet recht naar beneden en niet recht naar voren.
Bedek de gaten HELEMAAL
Gebruik de zachte kussentjes van je vingers, niet de toppen. Druk net hard genoeg om elk gat volledig af te sluiten. Een klein kiertje laat lucht ontsnappen en dan krijg je een piep. Geen kiertje, geen piep. Til je vingers op en kijk ernaar: zie je een klein ringetje in elke vingertop? Dat betekent dat je het gat goed hebt afgesloten.
Warme lucht, geen harde lucht
Blaas alsof je je handen warmt
Hier is het geheim van een mooie blokfluitklank: blaas zacht.
Doe alsof het een koude dag is en je handen bevroren zijn. Je houdt je handen voor je mond en blaast langzaam, warme lucht erop: haaa. Zo moet je ook in een blokfluit blazen. Langzaam. Warm. Zacht.
Blaas NIET hard, zoals wanneer je verjaardagskaarsjes uitblaast. Harde, snelle lucht maakt de blokfluit snerpend en schel. Zachte, warme lucht laat hem zingen.
Als je noot snerpt, komt dat bijna altijd door één van twee dingen: een vinger sluit een gat niet helemaal af, of je blaast te hard. Controleer je vingers en blaas dan zachter.
Begin elke noot met Doo
Fluister doo in de blokfluit
Wanneer je een noot begint, laat de lucht er niet zomaar in glijden. Fluister in plaats daarvan een zachte doo (of too) in de blokfluit. Je tong tikt tegen het gehemelte, net achter je tanden, en laat dan de lucht vrij: doo.
Dit heet tongeren. Het geeft elke noot een schone, heldere start, zoals de eerste letter van een woord. Zonder tongeren vervagen de noten en glijden ze in elkaar over.
Probeer het eerst zonder blokfluit: zeg doo, doo, doo. Voel je je tong elke keer tikken? Doe nu dezelfde zachte tik in de blokfluit voor elke noot.
Dus het volledige recept voor één goede noot is: dek de juiste gaten helemaal af, en fluister dan doo met langzame, warme lucht.
B, A en G
Drie noten om mee te beginnen: B, A, G
B: linkerduim op het achterste gat, plus je linker wijsvinger op het bovenste voorste gat. Alleen die twee. Fluister doo. Dat is B.
A: houd de vingers van B omlaag en voeg je linker middelvinger toe. Nu werken er drie vingers: duim, wijsvinger, middelvinger. Fluister doo. Dat is A.
G: houd de vingers van A omlaag en voeg je linker ringvinger toe. Nu vier vingers: duim, wijsvinger, middelvinger, ringvinger. Fluister doo. Dat is G.
De grote regel
Merk het patroon op: hoe meer gaten je afdekt, hoe lager de noot. B heeft de minste vingers omlaag en is het hoogst. G heeft de meeste vingers omlaag en is het laagst. Meer afdekken = lager gaan. Minder afdekken = hoger gaan.
Oefen langzaam en zacht: B... A... G... A... B. Voeg één vinger toe, haal één vinger weg. Luister hoe de noot omlaag gaat en dan weer omhoog.
Je Eerste Liedje
Hot Cross Buns
Dit liedje gebruikt alleen je drie noten: B, A, G. Zo gaat het:
- B A G (dit zijn de woorden: Hot cross buns)
- B A G (Hot cross buns)
- G G G G (one a pen-ny)
- A A A A (two a pen-ny)
- B A G (Hot cross buns)
Doe het in drie stappen
1. Zeg de nootnamen hardop: B, A, G, B, A, G, G, G, G, G, A, A, A, A, B, A, G. Spreek ze gewoon.
2. Zing het deuntje. Je kent het! Neurië of zing Hot Cross Buns zoals je het hebt gehoord.
3. Speel het op de blokfluit. Langzaam en zacht. Fluister “doo” bij elke noot. Als het piept, controleer je vingers en adem zachter.
Het is prima om langzaam te gaan. Langzaam en netjes wint altijd van snel en piepend.
Dezelfde drie noten, nieuwe volgorde
Mary Had a Little Lamb
Hier is het leuke gedeelte: dit liedje gebruikt dezelfde drie noten, B, A en G. Alleen in een nieuwe volgorde. Als je drie noten leert, krijg je niet één liedje, maar vele.
Zo gaat het:
- B A G A (Ma-ry had a)
- B B B (lit-tle lamb)
- A A A (lit-tle lamb)
- B B B (lit-tle lamb)
- B A G A (Ma-ry had a)
- B B B B (lit-tle lamb its)
- A A B A (fleece was white as)
- G (snow)
Dezelfde drie noten. Nieuw deuntje. Zeg het, zing het, speel het dan: langzaam en zacht, doo op elke noot.
De notenbalk en notenwaarden
Vijf lijnen, waar noten wonen
Muzieknotatie staat op een notenbalk: vijf lijnen met vier tussenruimtes. De plaats van een noot op de notenbalk, op welke lijn of in welke ruimte, vertelt je welke noot het is, en dat vertelt je vingers welke gaten ze moeten bedekken.
Op je blokfluit-notenbalk: G staat laag (op de tweede lijn van onderen), A staat in de ruimte er net boven, en B staat iets hoger (op de middelste lijn). Hoe hoger op de notenbalk, hoe hoger de noot: net zoals de hogere noten minder vingers gebruiken.
Hoe lang houd je een noot aan
Noten hebben ook een vorm die aangeeft hoe lang je ze moet aanhouden:
- Een kwartnoot is een gevulde stip met een stok. Houd hem 1 tel aan. De meeste noten in Hot Cross Buns zijn kwartnoten.
- Een halve noot is een open (holle) stip met een stok. Houd hem 2 tellen aan: twee keer zo lang. Woorden zoals de lang aangehouden “lamb” of “snow” aan het einde van een regel zijn vaak halve noten.
Een noot vertelt je dus twee dingen: de positie op de notenbalk geeft aan welk vingerpatroon, en de vorm geeft aan hoe lang je hem moet aanhouden.
Twee nieuwe noten, veel meer liedjes
Na B, A, G komen C en D
Wanneer B, A en G vertrouwd aanvoelen, zijn de volgende noten die de meeste blokfluitspelers leren C en D. Ze gebruiken andere vingerzettingen: een vingerzettingsschema (een afbeelding met gevulde en open cirkels voor elke noot) laat precies zien welke gaten je moet bedekken, en je leraar kan het je ook laten zien. Maak je nog geen zorgen over het uit je hoofd leren: weet gewoon dat ze hierna komen.
Kijk hoeveel liedjes je met vijf noten kunt spelen
Met alleen B, A, G, C en D kun je al tientallen melodieën spelen. Een paar die je misschien kent:
- Jan en Jip (de melodie van het kinderliedje: Jan en Jip gingen de heuvel op)
- There's a Hole in My Bucket (lieve Liza, lieve Liza)
- A Sailor Went to Sea (een leuk echo-lied: jij speelt een regel, een vriend speelt hem meteen terug, als een muzikale spiegel)
- Ode to Joy (een beroemde melodie van Beethoven, uit zijn Negende Symfonie: een wijsje dat mensen al meer dan tweehonderd jaar liefhebben, en ja, je kunt het op een blokfluit spelen zodra je een paar noten meer kent)
Elke nieuwe noot die je leert, opent meer liedjes. Drie noten gaven je twee liedjes. Vijf noten geven je tientallen. Zo groeit het.
Je Bent Nu Musicus
Het grote idee
Hier is iets belangrijks, en het is waar: zodra je muziek kunt lezen en noten kunt maken met je adem en je vingers, ben je niet alleen een blokfluitspeler. Je bent een musicus.
De dwarsfluit, de klarinet en de saxofoon werken allemaal op dezelfde basis als je blokfluit: blaas lucht, bedek gaten (of druk op toetsen, die eigenlijk gaten zijn die je bedekt met een klein metalen hefboompje in plaats van een vingertop), en lees de muziek. Zelfde idee, groter instrument.
Dus de blokfluit is je eerste instrument, de opstap. Hij opent direct de hele houtblazersfamilie. Een kind dat goed blokfluit speelt, loopt een dwarsfluit-, klarinet- of saxofoonles binnen en leert snel, omdat het lezen, het ritme en het ademen al meegaan. Het enige nieuwe is het mondstuk.
De blokfluit vervangt die instrumenten niet. Hij opent de deur ervoor.
En later komen er nog veel meer deuren: een pianoles, een gitaarles, drums, xylofoon, klokken. Maar de blokfluit is waar veel musici beginnen, en nu is het waar jij begint.
Je hebt het gedaan!
Je hebt geleerd hoe je een blokfluit vasthoudt, hoe je zachte warme lucht blaast, hoe je “doo” fluistert en je eerste drie noten: B, A en G.
Je kunt Hot Cross Buns en Mary Had a Little Lamb spelen. Je weet wat een notenbalk is en wat de vorm van een noot betekent. En je weet dat de blokfluit de deur opent naar de fluit, de klarinet en de saxofoon.
Blijf langzaam en zacht oefenen. Een beetje elke dag is beter dan veel in één keer. Je bent nu een muzikant.